Lingeblog Home
Previous
Next
Dutch
Crt 160901 Lastedit 17-05-02

De twaalfvoetsjollenveldsterkte
Hoe verschrikkelijk goed wij eigenlijk zijn

 


... en dichter bij de hemel dan Wim is weer geeneen ...

Aanleiding van deze filosofische mijmering is een zekere wanhoop die ik voel onder de de topzeilers in het jollenveld. Men is uit het veld geslagen. Hoe kunnen wij ooit Wim Bleeker verslaan. Zelfs zijn broer moet ik vrijwel elke belangrijke wedstrijd weer moed inspreken. Op het NK kwam die nog eens na de zoveelste orenwassing naast mij flapperen met gebogen hoofd. Ik brulde vervaarlijk: "Als je zometeen niet 1 wordt sla ik je compleet in elkaar". Dit aangevuld met enkele uitdrukkingen die ik hier niet zal herhalen.

Ik hoefde het niet te doen. Hij werd 1.

Maar met een enkel succesje zijn we er niet. Er moet dieper worden nagedacht. Dat heb ik gedaan.

En dat heeft heel goed nieuws opgeleverd.

Laten we eerst eens kijken hoe Wim er voor staat in onze roemrijke twaalfvoetsjollengeschiedenis. Er is een groep zeilers die al drie keer nationaal kampioen is geweest, daar hoort Wim bij. Met Arie-Jan van Beekum en Martijn van der Pol. Dat zijn de onderste regionen van onze kampioenen. De groep die vier keer kampioen is geweest bestaat uit Willem de Vries Lentsch, Kees Douze, Leo Hommels en Pieter Bleeker. Wim moet nog maar zien of hij daar ooit bij gaat horen. Wint Jeroen de Groot volgend jaar dan treedt die toe tot de groep die drie keer heeft gewonnen, de groep van Wim. Wint zijn broer dan komt die op 5, en dan wordt het voor Wim vrij hopeloos om die nog in te halen. Maar dan hebben we nog Tom Reyers. Acht keer. Dat kan Wim wel vergeten. Of? Je weet het natuurlijk nooit, maar hij moet het allemaal nog laten zien. Wim komt pas kijken. En dan heb ik het nog niet over aanstormend jong talent als Nanco, Pieter Prins en Hans Pleijsier. Willem de Boer, die pas dit voorjaar zijn optimist verruilde  voor de twaalfvoetsjol, won single handed een hardweer wedstrijd in de afgelopen Sneekweek! Let je even niet op liggen die talentvolle gasten zó vooraan, dat weet  iedereen. De onafwendbare conclusie is dus dat de kansen vooraan helemaal open liggen! Alles is mogelijk!

En dat maakt de competitie in de twaalfvoetsjol zo boeiend dat je je afvraagt waarom er nog mensen in olympische klassen varen.

En bedenk ook al die gesprekken destijds over die oudere veelvoudige twaalfvoetsjolkampioenen: ja, zijn roer is te licht, zijn overloop te breed, zijn marllijn is te lang,  zijn zwaardkast is te nauw en ga zo maar door. Die kinnesinne die zijn uitlaatklep vindt in jaloerse nieuwe klasseregeltjes, geheel gebaseerd op havenkant-bijgeloof, is van alle tijden. Maar al die mensen die zo vurig hopen dat de kampioen met een flinke zooi extra strenge flauwekulregeltjes toch wat minder hard gaat komen bedrogen uit, want er is maar één echt probleem: een kampioen kan zeilen.

We moesten wat vaker bootje ruilen. Dan zou iedereen zien dat het de boot niet is en was dat regeltjesgeëtter zo afgelopen, en kon dat klassereglement, zoals ik regiocommissaris Dijkstra wel eens heb horen opperen, teruggebracht worden tot 1 aviertje. Ik steun dit streven!

En zo mal als we zijn in klasseregeltjes verzinnen, zo goed zijn wij jollers in ... zeilen. Het niveau in de jol is enorm. Als ik weer eens vloekend en tierend achterin zak merk ik altijd meteen weer dat je daar ineens tegen enkele van onze allerbeste zeilers zeilt. Kom daar eens om in een andere klasse!

Als je ook maar één keer kampioen van de jollenzeilers wordt hoort dat een eeuwig en onverwoestbaar geluk te zijn.

Vandaar ook dat ik altijd zeg: als de Primus Inter Pares ooit nog eens serieus moet worden dient hij in de twaalfvoetsjol te worden verzeild.

Lingeblog Home
Previous
Next
Dutch