Greetings Home
  PHiLES home
Bert Tells What He Reads
English version

Created 14-10-01
Last edited 16-01-20
Download pdf

 

Anabasis, ooggetuigerapport uit het begin van de -4de eeuw door de Athener Xenophon, van een 100.000 man sterke Persische militaire rebellencampagne van wat nu de Turkse Westkust is naar de toenmalige Persische hoofdstad Babylon, en de terugkeer van 10.000 Griekse huurlingen na de nederlaag.

Een veldtocht

Dat moet een vreselijke ellende zijn geweest voor die mensen die 2400 jaar geleden op de route woonden van gigantische Persische leger van prins Cyrus, op weg om zijn broer Artaxerxes als koning af te zetten.

Een nieuwe paragraaf begint vaak zo: "en toen reisden wij 20 parasangen [5.3 km, een uur lopen] en kwamen in een goed gebied met vele bewoonde dorpen en veel vee." Een ruwe schatting voor proviand voor Cyrus' leger per dag is 50 ton vlees, 50 ton graan, 50 ton uien en 15 ton knoflook, of het equivalent daarvan in calorieën [berekening]. Ik stel mij liever niet in al te veel detail voor hoe zo'n "goed gebied" na een aantal dagen werd achtergelaten. Een sommetje zegt genoeg: stel daar is een stam van 5,000 zielen, en het leger verblijft er 4 dagen. Het voedsel verbruikt is dan voor

4 * 100,000 / 5,000 = 80 dagen

Daar had die stam 80 dagen van moeten leven. Dat is bijna een kwartaal. En zo'n voorraad was er maar één keer per jaar: in de herfst, na het oogsten. De wintervoorraad. Daarom werden veldtochten, tot ver na Napoleon, ook bij voorkeur voor de herfst gepland.

Gaat dat leger weer verder, dan laat het een stam achter met de winter op komst, zonder eten.

Grote Mannen uit de Geschiedenis, zoals Cyrus, Alcibiades, Alexander, Hannibal, Caesar, Napoleon en wat heb je nog meer, waren veel erger dan de winter zelf, zelfs erger dan een veeleisend feodaal heer. Kwamen ze langs dan betekende dat sterven in de winter of meegenomen worden (maagden, jongetjes, de laatste niet alleen bij de Grieken populair) dan wel zelf aanmelden voor het leger. Waar onze verslaggever het vaak heeft over "bewoonde" dorpen laat dat zien dat er niet lang geleden al eens een leger langs was geweest. 


... de mars van de 100.000 van Cyrus naar Babylon (onder) en
van de 10.000 van Xenophon's terug naar huis ... grotere versie

Het ongemerkt verzamelen van een leger van 100,000 man is niet te doen. Cyrus probeerde het knap, maar het lukte niet: zijn broer en vijand koning Artaxerxes, die hem als eens een keer had willen doden maar eraf was gepraat door zijn moeder, kreeg er al snel lucht van, en begreep meteen wat de bedoeling was.

In Cyrus' leger zaten 10.000 Griekse huurlingen, in opperbeste stemming. Ze verwachtten weinig problemen en goede buit, want ze hadden ze net als de rest van het leger een gelogen verhaal gekregen over waar het heen zou gaan. Ook onze gewaardeerde verslaggever zat er bij, een gast van de Griekse generaal Proxenus. Toerist! Genieten van het landschap, dineren met zijn gastheer en de rest van de generale staf. Xenophon is de naam, in zijn prille jeugd een amant geweest van Socrates, gaat het gerucht, laat in ieder geval zien de boodschap van Socrates diep te hebben geïnternaliseerd en schrijft met zoveel woorden dat hij Socrates raadpleegde over de uitnodiging van Proxenus.

Dit geschrift, thans in Nederland wettelijk verboden mag ik toch hopen, kreeg ik op mijn gymnasium vanwege zijn verheven verbeelding van de Griekse Bronnen van Onze Beschaving - en uiteindelijk denk ik nu weer dat ze toch gelijk hadden. (Maar terecht vonden ze het ook mooi eenvoudig Grieks voor een eerste leesoefening).

Ze trokken ook nagels en tanden uit,  hakten handen, benen en ballen af, sneden buiken open en trokken de ingewanden eruit. Van die dingen die tegenwoordig gelukkig niet meer gebeuren, zeker niet op Amerikaans grondgebied als het niet echt nodig is. Als je bijvoorbeeld gegrepen was om als gids te dienen wist je dat je er geweest was: vroeg of laat zou je de weg niet meer weten, maar dat zouden ze pas na degelijk marteling willen geloven.

Van maagden, jongetjes en als soldaat geronselde dorpsbewoners werd al snel vergeten waar ze er ook weer bijgekomen waren. Meegezogen Oostwaarts in de monster-machine vergaten ze het zelf ook maar liever: het gijzelaars-syndroom, weer zo'n briljante list van de natuur, Darwiniaans verfijnd in de evolutie, een opsteker voor de concurrentiepositie van de mens in de natuur. Wie denkt nou nog aan zijn familie in deze gerieflijke voedselveiligheid en formidabele bescherming? Leve de leider! Daar gaan we!

Wat mij in het begin verbaasde in dat Cyrus-Xenophon landschap, maar algemeen in het landschap van de Antieke Tijd, is dat er absoluut geen noodzaak is voor oorlog (gedefinieerd als strijd tussen groepen van dezelfde biologische soort). Overal was ruim voldoende cultiveerbaar land. De mensen hadden nog duizenden jaren lang door kunnen gaan in vrede van de landbouw en veeteelt te leven door telkens weer uitstekend nieuw land te ontginnen. Maar toch doen de slimmere jongens dat niet. Ze trainen  zichzelf als vechters en warlord, ze nodigen zichzelf uit op de boerderijen van de anderen die boeren bleven. Dan krijg je natuurlijk wedijver tussen dergelijke bendes, die uiteindelijk leidt tot de grote veldslagen van onze Helden der Geschiedenis. Sinds milennia sterven telkens weer honderdduizenden mensen op een overvloedig rijke aarde waar ieder zonder al te veel moeite en zeker zonder pijn in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien.

Maar dat zijn dolende gedachten. Wie ze heeft ziet slechts zijn eigen onmacht de natuur van de mens te begrijpen, vastgelegd in het menselijk genoom, zich consistent openbarend  in de vreselijke geschiedenis van jodendom, christendom en islam: wij zijn er niet op gebouwd met onze eigen soort om te gaan als vreedzame koeien.

Warlords verzwelgen mensen, hun graan en hun vee. Het leeggeroofde land wordt snel weer ontdekt door migranten en in gebruik genomen. Dan is er weer wat te halen en komt men weer "oogsten".

Kent u dat argument bij politieke landbezit geschillen? Dat van "wij waren er het eerst?". Het goede antwoord is dus: "Als dat waar is dan zul je wel heel blij zijn dat je toevallig nog leeft"

De retoriek is dat van heldendom, dapperheid en adel, het belonen van goed met goed en slecht met welverdiende ondergang. Van de Ilias van Homerus to ver voorbij de Russische campagne van Napoleon.

Mocht woede de lezer bekruipen, er is weinig aan te doen maar het helpt als je jezelf één ding goed voorhoudt: jij en ik zijn twee exemplaren van diezelfde soort. De wetenschappelijke naam is: homo sapiens sapiens.

Berusting is dus op zijn plaats. En koele waarneming. En zelfstandig nadenken.

De waarheid en de slag

Als het leger, halverwege, het ware doel wordt medegedeeld veroorzaakt dat een crisis: velen, de Grieken in ieder geval, gaan liever naar huis. Clearchus de Griekse bevelhebber, doet alsof hij aan hun kant staat en gereed staat de confrontatie met Cyrus aan te gaan, verzoent ze handig, hoewel er fikse opslag voor nodig is.

Maar de geruchten over de Babylonische mobilisatie en de komst van hulptroepen van bevriende mogendheden blijven onrust baren. Het valt niet mee voor Cyrus om er bij zijn leger de moed in te houden. Bovendien krijgen de Spartanen nog ruzie met de Tessaliërs, wat bijna tot een Grieks veldslagje leidt, maar men weet het brandje te blussen. Dan, nog heel ver van Babylon, verklaren de sporen van zo'n duizend paarden waarom de laatste dagen alle velden en dorpjes bij aankomst in de fik staan. Honger en gemompel. Een van de warlords in Cyrus' leger biedt aan die paardenbrandbrigade weg te jagen, krijgt de opdracht, wil overlopen, wordt verraden, gearresteerd, teruggebracht, voor de krijgraad, ter dood veroordeeld and gedood, is het verhaal, maar Xenophon weet het niet zeker: na dat vonnis heeft niemand hem ooit meer gezien.

Nu horen we van Xenophon wel een goede reden voor het gegrom van de soldaten: het vijandig leger schat hij op een miljoen! Maar dat is ongeloofwaardig want we trekken gewoon ten strijde en leveren:

Slag!

Een Cyrus die eigenhandig door de vijandige linies breekt naar zijn broer, hem verwondt voordat hijzelf sneuvelt ruikt zeer duidelijk naar een Homerische rat. Dat laten we ons natuurlijk niet door Xenophon op de mouw spelden.

Dus zullen we nooit weten hoe, maar dood ging Cyrus. Bij Babylon, de hoogste beschaving in die tijd. Op de Griekse vleugel was het anders niet slecht gegaan. Weinig slachtoffers. De dagen daarop is er een kat-en-muis spel in het rivierenland waar overstromingen op een gecontroleerde wijze voor defensie gebruikt worden zoals sinds de 16de eeuw enkele eeuwen in de Nederlanden.

Daar slagen de kundige, handige en, vindt Xenophon, onbetrouwbare generaals van Artaxerxes erin de resterende delen van wijlen Cyrus' leger uit elkaar te spelen om vervolgens de hele Griekse legertop hartelijk voor een diner uit te nodigen en ze daar vakkundig te vermoorden. Er ontsnapt er een, de buik opengesneden, met zijn darmen in zijn rechter, de leidsels in de linkerhand, en bericht de Grieken. Onder de te betreurenden zijn de charismatische opperbevelhebber (die er dus ingetrapt was) Clearchus en Xenophon's gastheer Proxenus.

De Grieken zijn aan de verre oever van de Oostelijke van de twee rivieren, beland. De oostoever van de Tigris.

Xeonophon neemt de leiding over de tocht naar huis

Maar niet na een degelijke droom te hebben gehad, gezonden door Zeus zelf, waar die al niet tijd voor heeft. Zijn vader's huis staat daarin in de fik, maar hij weet het zeker: dit betekent dat ik in actie moet komen.

Daar staat hij dan, ex-liefje van Socrates, met 10,000 stuks Grieks tuig. 10,000, dat was maar 10% van het in de pan gehakte leger maar nog steeds heel wat. Genoeg, bijvoorbeeld om, dat was bij de onderhandelingen de afgelopen dagen door de Grieken aan Artaxerxes voorgesteld, bijvoorbeeld Egypte te veroveren. Maar dat was door Artaxerxes afgewezen. 10,000 is nog steeds een monster, nog steeds hetzelfde probleem: het moet elke dag eten anders is het meteen mis. Het gaat grofweg om, per dag, 5 ton vlees, 5 ton graan, 5 ton uien en 1.5 ton knoflook, of het equivalent daarvan in calorieën [berekening]

Gelukkig dus maar voor Xenophon dat er ook nog ervaren generaals over waren die niet genoeg sterren, connecties of naïveteit hadden gehad voor het dodelijke diner uitgenodigd te worden. Aanwezig: wapens. Verder: niets. Gezocht: eten, of geld om eten te kopen. En de beste weg naar huis.

Dat is Noordwaarts, wordt besloten. NoordWest langs de Euphraat is de aarde verschroeid op de heenweg. Trouwens dan zouden we de Tigris terug over moeten, en die wordt bewaakt. Langs de Tigris omhoog dus.

Dat doet ook de Persische satraap Tissaphernes. Die moet ook richting Griekenland, met zijn leger, opgemarcheerd om de koning te verdedigen. Hij loopt grotendeels aan de overkant van de rivier en heeft schepen. Heeft hij opdracht gekregen de Grieken zo hard mogelijk op te jagen en de kans te benemen tot brandschatting over te gaan?  Het lijkt er niet op. Hij gaat ze de weg proberen te versperren. Als dat niet lukt gaat hij zelfs brandschatten om ze het eten te benemen. De Grieken denken eens na en besluiten zelf ook de gaan brandschatten. De legers zitten immers in hetzelfde schuitje. Tissaphernes begrijpt dat hij er beter mee op kan houden.

Hoe kom je van zo'n man af? Stoppen als je eens goed te eten hebt gevonden zou ik zeggen. Zij moeten ook eten en dan moeten ze wel door. Hoe dan ook, we horen niets meer van Tissaphernes. Diens mannen willen ook naar huis, denk ik dan, en omdat hij vooral op de Westoever loopt en boten heeft om de rest daar te brengen, kan hij naar het Westen afslaan waar dat gunstig is.

Voor de Grieken blijft zo'n oversteek te hachelijk: er loopt altijd wel een vijandelijke stam of een Perzisch detachement en boten hebben ze niet. Hoger en hoger, NoordNoordWest naar de bovenloop van de Tigris. Plaatselijke stammen begrijpen er niets van en proberen ze tegen te houden. Dom. Die Grieken moeten door al sterven ze er allemaal bij. De communicatie laat kennelijk te wensen over.

Bevelvoering vergt rhetorische overtuiging, Xenophon is er tenminste dol op. Tot nu toe versloeg hij nauwkeurig de toespraken van anderen, nu zijn eigen. Die Griekse krijgers boften maar met zo'n geleerde in de generale staf: ze leerden er veel moeilijke woorden bij. Toespraken over welke optie voedsel oplevert, veiligheid voor de vijand, en voortgang richting moederland, nogal eens, laat hij zien, leep verschillend van zijn werkelijke redenen.

Maar je moet als leider ook ingewanden van beesten kunnen loswerken om de kleur te beoordelen. Die bevatten boodschappen van de goden: aanvallen of omzeilen? Een verbond sluiten of juist niet? Soms wordt een verbaal kleurrapport niet vertrouwd en moet alles publiek worden overgedaan, immer met indrukwekkend consistent resultaat.

Xenophon schildert zichzelf als een bescheiden maar geboren leider, aan wie het rustig overgelaten kan worden 10,000 ruige jongens te sturen. Wat voor soort man hij wil zijn maakte hij al duidelijk in alle necrologieën die hij al heeft moeten schrijven, want we sterven als ratten. Die van Cyrus, waarin hij eigenlijk die van alle anderen samenvoegt, is de verhevenste,  maar kan niet verhinderen dat wij van een paar millenia later concluderen dat de man de schurk is die je moet zijn om te doen wat hij doet. Het is ook allemaal zo doorzichtig dat je verbaasd staat dat Xenophon dat zelf niet ziet. Elders in het vuur van de gebeurtenissen toont hij zich er volkomen van bewust wat een topleider allereerst moet kunnen: bedoelingen te kennen geven, beloften doen en zelfs eden zweren met de lichaamstaal van iemand die het serieus meent, en die vertrouwenwekkende lichaamstaal uitstralen zodra er zich weer iemand in zijn gezelschap bevindt die de kennis van zijn voorgenomen breuk met dat alles op dat moment operationeel nog niet nodig heeft of het zelfs pas mag weten als hij niet meer gevaarlijk kan worden; en de vaardigheid het onmiddelijk te zien als een ander hetzelfde probeert. Maar in zijn ridicule necrologieën ontbreekt dit geheel. O, mens, beziet toch uw bloedeigen hersenkwabben.

Links en rechts militair uithalend, Noordwaarts klimmend, het bekken van Euphraat en Tigris uit, raken de Grieken flink boven de 2000 meter, met blote benen door de verblindende sneeuw, richting de waterscheiding. Maar dat is een eind. Wel 120 km. Pas een kilometer of 50 van de Zwarte Zee begint het weer af te lopen. Daar zijn we nog lang niet.

Koerden en Armeniërs waren er toen ook al. Geen Turk te bekennen. Die zouden nog een klein millenium nodig hebben er aan te komen. Weer een blokkade. Weer bij een bergpas natuurlijk. Maar het wordt routine. Kalm stelt Xenophon voor te pas maar weer te omzeilen en een "mars te stelen" op de nieuwe vijand. Speels daagt hij generaal Cheirisophus uit, die, zegt hij, gezien diens Spartaanse achtergrond de "beste dief" is. Maar Cheirisophus weet, en détail, laat hij zien, hoe het er in Athene toegaat en geeft Xenophon met kracht van argumenten de eer.

Een aantal vijandige en verstandige stammen verderop naderen ze de kust van de Zwarte Zee. Het klimaat is weer te pruimen. En daar is hij dan! "Thalassa, thalassa!" ("De zee, de zee"), is de beroemdste string van het boek. Daar beneden aan het water is meteen Trapezus, de eerste Griekse kolonie.

Terug in de Griekse wereld

Cheirisophus zeilt weg uit Trapezus. Zijn vriend de Spartaanse opperadmiraal Anaxibius is toevallig in Byzantium, en die gaat hij transportschepen vragen.

Xenophon wacht in Trapezus met de rest. Hij organiseert gecontroleerde rooftochten naar de niet-Griekse nederzettingen in de omgeving, rekening houdend met de wensen van het gemeentebestuur, dat ook oorlogsschepen uitleent om uit kapen te gaan. Daarvan kiest er één de vrijheid in de wijde wereld, maar de ander brengt koopvaarders binnen, bedoeld als backup in geval Cheirisophus onvoldoende schepen los weet te krijgen, maar waarmee de heren nu eerst maar eens een lokaal transportbedrijfje beginnen om zo een centje te verdienen.

Aangekomen in de Griekse wereld moesten Xenophon en zijn 10,000 totaal anders over zichzelf gaan nadenken, want de regels van winst en verlies waren daar voor hen totaal anders. Hoewel de tocht over de Aziatische Zwarte Zee-kust zou gaan, was eenvoudig overleven er niet meer bij. De sterke arm van de Griekse politiek deed zich al gelden: die Byzantijnse Spartanen kon je met geen mogelijkheid een poot uitdraaien en veel van de stammen hier, ook de niet-Grieken, waren met de Spartanen in coalitie. Overal machtige functionarissen met een lange arm, en het ergste is dat het systeem de plek regeert waar je uit alle macht naar op weg bent: thuis.

Het kon niet anders: ook bij Trapezus raken ze knijp. De plunderdoelen komen steeds verder weg te liggen. Dichtbij is nog best veel te plunderen maar dat zijn bondgenoten van Trapezus. Afblijven dus. Om diplomatieke redenen. Maar dat valt niet mee als je echt honger krijgt. Ook nog steeds geen Cheirisophus aan de horizon. Het zwakste en oudste deel van de 10.000 gaat over zee met de schepen, de rest marcheert langs de kust richting Byzantium, langs de Griekse kolonies, die geïsoleerd tussen de aan Persië onderhorige stammen liggen.

De Griekse havensteden onderweg zijn natuurlijk niet minder bezorgd over de komst van de 10,000 dan de andere stammen. Al zijn je dochter en je zoontje misschien veiliger, ze eten op Grieks gebied heus niet minder. Sommige Griekse steden bieden een markt op conditie dat de 10,000 enkele onvriendelijke buurstammen afslachten. Dat doen ze dan onder begeleiding van iemand uit de stad die de fijne lokale onderscheidingen tussen vriend en vijand bewaakt. Slimme niet-Griekse stammen doen natuurlijk precies hetzelfde. Ondertussen is Cheirisophus terug, de goeierd, want met lege handen. Andere Griekse steden zijn zo slim schepen te verzamelen voor doorreis, maar dan wel meteen instappen.

Intussen zien de soldaten van alles wat ze graag zouden hebben, en het interesseert ze natuurlijk geen donder, ze moeten er steeds energieker van weerhouden worden te plunderen. Het gemompel richt zijn lelijke kop op. En er is minder gevaar, dus tijd om rekeningen onder elkaar te gaan vereffenen die door de nood open waren blijven staan.

We vormen partijen, sommige soldaten overwegen een carrière als zelfstandig warlord, samenzweringen tegen Xenophon zelf, en de groep valt zelfs uit elkaar in ethnische facties: Arcadiërs en Acheeërs, dan Spartanen onder Neon die het geleidelijk van de kwijnende Spartaanse generaal Cheirisophus overneemt, en een rest onder Xenophon die hij wijselijk ethnisch niet karakteriseert. De Spartanen knallen succesvol door naar Calpe, 100 km van Byzantium, de Arcadisch-Achaeïsche factie krijgt vreselijk klop bij het plunderen, de restanten worden gered door Xenophon (omdat die het zonder hen niet denkt te redden) en zweren hun lesje geleerd te hebben. O wat zijn we weer vrienden. Maar een in de pan hakken van de herenigde 10.000 door voor hun eten vechtende Bithyniërs godbeter nog geholpen door inderhaast opgerukte elitetroepen van de Persische satraap Pharnabasus is dan ook weer een reële mogelijkheid.

Totale miserie: het eten is weer ernstig op. Honger. En de kleur van de darmen der offerdieren blijft ongunstig voor een aanval tot alle offerdieren opgegeten zijn en men dus zelfs geen goddelijke informatie meer kan opvragen. Van hun laatste karige maaltijd worden ze weggejaagd door aanvallende Bithyniërs. Dit ziet er slecht uit.

Hoe is het mogelijk! Heraclea, een Griekse stad waar ze flink ruzie mee hadden gehad, brengt wat noodhulp. We hebben weer wat te eten en we kunnen weer offeren. En de kleur der darmen is ...: positief!

Met wat in de maag kun je ook weer beter plunderen. En Griekse lijken begraven, want al is dat een heel werk, je doet het toch. De vijand maakt zich klaar, maar er is geen weg terug. We slaan ons er door en bereiken "ons" Spartaanse contingent in Calpe.

Daar wachten de 10.000, weer bij elkaar, op de boten van Cleander, de Spartaanse gouverneur van Byzantium. Cleander verschijnt met twee (zegge 2) oorlogsbodems. Geen transportschepen. En Dexippus, die man die er in Trapezus met een geleend oorlogsschip vandoor was gegaan. En die had Cleander een verhaal verteld. Na flink en kundig intrigeren en redevoeren is Xenophon de dikste vriend van Cleander en Dexippus af door het valluik.

Dan plunderen we nog een rondje en eindigen bij het Griekse Chrysopolis, aan de Aziatische kant van de Bosphorus waar we een markt inrichten om de buit te verkopen.

Byzantijnse perijckelen

Aan de overkant ligt Byzantium. En we zijn nog maar net over driekwart van het boek.

Byzantium, later Constantinopel genoemd, nog later Istanbul. Het controleert de Bosphorus, de enge zeestraat die de Zwarte Zee verbindt met de Zee van Marmora die naar Dardanellen leidt, eveneens een enge zeestraat, en dan naar de Middellandse Zee. Aan de Europese kant heb je een paar Griekse havenstadjes (denk aan zoiets als Hindeloopen) maar vooral Thraciërs. Aan de Aziatische kant, waar we nog staan, een paar Griekse steden en een heleboel stammen onderhorig aan de Persische satraap Pharnabasus.

Byzantium was als Atheense kolonie begonnen maar was nu van de nieuwe Griekse supermacht Sparta.

Terwijl de 10.000 naderden langs de Aziatische Noordkust en zijn cavalerie klop hadden gegeven had Pharnabasus zich al afgevraagd hoe met minimale schade van het geboefte af te komen. Hij had een boodschap gestuurd naar Anaxibius, Spartaans opper-admiraal toevallig in Byzantium: "mijn vriend, zeil s.v.p. die jongens over en ik zal je wensen in alle opzichten vervullen."

Anaxibius nodigt de top van de 10.000 uit naar de overkant voor overleg. Xenophon gaat niet mee. Het is zijn zaak niet, hij wil namelijk naar huis. Maar daar moet Anaxibius niets van hebben. Xenophon moet meedoen aan de oversteek. Tsja, wat moet je dan. Gehoorzamen.

Ook een Thraciër, dat is het volk waartussen de Griekse kustkolonietjes aan de Europese kant liggen,  is geïnteresseerd in de 10.000. Hij heet Seuthes. Wijlen zijn vader is van diens troon geschopt, en hij wil er op terug. Maar Xenophon zegt hem dat ze hoe dan ook gaan oversteken, later kunnen ze dan wel bezien of er zaken gedaan kunnen worden.

Waar landen we precies na de oversteek? Een zeer belangrijke vraag gezien het tumult dat we gaan beleven, maar we horen er niets over.

De 10.000 blijken zich namelijk even later in de stad Byzantium zelf te bevinden. Binnen de muren. Binnen de poorten. En Anaxibius wil ze er uit. Welke onnozelaar heeft ze er in godsnaam ingelaten?? Wij zullen het nooit weten.

Terwijl Anaxibius zich bezighoudt met deze lastige taak, meent Xenophon nu toch aan alle Spartaanse wensen te hebben voldaan en gaat op afscheidsvisite bij de gouverneur Cleander. Dat had hij niet moeten doen. Hem werd te verstaan gegeven dat hij eerst met de 10.000 mee naar buiten moest lopen.

De 10.000, in de verwachting van appèl, militaire opdracht en eten, gaan naar het veld waar Anaxibius ze wil gaan toespreken. Anaxibius schraapt zijn keel en beveelt aan in Westelijke richting door het land van de Thraciërs, een rijk land waar veel te plunderen is, richting Griekenland te gaan. Niks opdracht, niks eten.

En Anaxibius maakte twee technische fouten: 1. Hij had de verdediging van de stad onvoldoende opgebouwd tegen een eventuele wilde belegering door een 10.000 zootje ongeregeld. 2. hij begon zijn toespraak te vroeg. Zijn woorden plantten zich achterwaarts langs de lopende soldatenkolom voort en zo bereikten zo de poort weer, waar de hoge officier Eteonicus zenuwachtig met een enorme balk klaarstond om de boel goed af te sluiten.

Toen hij dat deed dreigden de terugkomende soldaten het ding te breken, maar waren er ook nog een paar binnen, dat was wel zo makkelijk. Die poort was trouwens niet de enige weg naar binnen want over een pier kon je de stadsmuur over die niet werd verdedigd.

De Thraciërs plunderen? Dan beginnen we hier! Burgers vluchtten in hun huizen, op hun schepen en oorlogsschepen.

Xenophon wordt, het staat hier in zijn eigen prachtige Grieks "mee naar binnen gezogen" door de massa, "bezorgd over het lot van Byzantium". 

Toen Anaxibius zag dat hij voor de kippen stond te speechen rende hij naar een visserboot en liet zich omvaren om het commando over de verdediging van de acropolis over te nemen.

Het lijkt heel dom. Te dom. Misschien waren zijn informanten slim misleid bij hun melding dat alle soldaten buiten waren. Hadden zich er een paar verstopt. Misschien wel op orders van Xenophon. En ons lezers is niets medegedeeld over wie in den beginne heeft bedacht ze binnen te laten. Dit verhaal stinkt.

Wil nu niet iedereen Xenophon dood? De 10.000 voor verraad en Anaxibius voor het mislukken ervan? Nee! Dit is wat Xenophon schrijft dat de soldaten roepen: "Nu, Xenophon, is het moment om te bewijzen dat je een vent bent. Je hebt een stad, oorlogsschepen, geld, en mannen; vandaag, je hoeft alleen maar ja te zeggen, kun je ons een dienst bewijzen, en wij maken je een groot man!"

De wel zeer tijdelijke gouverneur Xenophon zet de 10.000 in het gelid op het Kaloemenosplein. "om de schade voor Byzantium te beperken"!

Ja, dan sta je er voor en wat zeg je dan ... het is denk ik de langste toespraak van Xenophon in Anabasis, die ging in het kort zo: "Wat een goed idee van jullie om Byzantium te veroveren! Het verbaast me niets dat jullie boos zijn en je bedrogen voelt. We zijn nu allemaal in de stemming om Byzantium te plunderen, dat hebben ze wel verdiend! Maar! Wat dan? Laten we daar eens even over nadenken. We zullen in oorlog zijn met Sparta en zijn bondgenoten, met Athene dus ook. Denk er eens aan hoe Sparta zelfs Athene klein heeft gekregen. En waarheen kunnen we ons terugtrekken als we met een overmacht te maken krijgen? Naar het Zuiden aan de Persische kant staat iedereen ons naar het leven omdat we met Cyrus hebben gevochten en op de terugweg hebben geplunderd waar we konden. Beste mensen! Dit rukken wij niet! Ze zullen van alle kanten komen om ons af te maken. Van de Griekse kant zal jullie eigen familie er bij zijn. Ons huis zullen we nooit meer zien, we zullen hier sterven. Wat een rampzalig en ellendig einde van ons leven. Ik stel voor dat we een boodschapper naar Anaxibius sturen om te zeggen dat we niet terug de stad binnen gingen om te plunderen, maar om hem vriendelijk te vragen of er geen eten is voor onze thuisreis, en als dat er niet is, om hem dan te laten zien dat we niet gaan omdat we gepiepeld zijn maar om te gehoorzamen."

Anaxibius bericht: hij waardeert de discipline van de 10.000, zal in dier voege rapporteren en onderzoekt nader wat thans te doen.

Daar verschijnt me ineens een Thebaanse generaal. Hoe hij dat klaarspeelde tussen de generaals van de Spartanen op de akropolis en van de 10.000 op het Kaloemenosplein, vraag het me niet. Hij wil ze wel leiden, voeden en betalen.

OK dan maar. De 10.000 de poort weer uit. Met Xenophon. Wie binnen blijft wordt als slaaf verkocht, roept Anaxibius. Eenmaal buiten brengt de generaal eten.

Xenophon zelf wil de stad weer in. Cleander is er tegen, maar Anaxibius, die immers wordt afgelost en terug naar Sparta gaat, zegt ik neem hem wel mee. Cleander vindt het goed, maar dan ook meteen weg. En  zo geschiedt.

Buiten de poorten heeft de generaal meteen al niet genoeg eten meer en wordt weggejaagd. Deliberatie onder de 10.000. Er zijn er ook heel wat die hun wapens verkopen of, na de spectaculaire prijsval die het gevolg is, zelfs weggooien en er uit naaien.

Koud op thuisreis komen Anaxibius en Xenophon Aristarchus tegen, die Cleander als gouverneur van Byzantium moet vervangen. Die hoort van Anaxibius van het plan achterblijvers van de 10.000 als slaaf te verkopen. Als Aristarchus aankomt en de leiding overneemt blijkt Cleander dat bevel niet te hebben uitgevoerd. Aristarchus begint er meteen aan. Een dikke 400 van de 10.000 gaan onder de hamer.

Het volgend agendapunt van de reizigers Anaxibius en Xenophon is een bezoekje aan Pharnabasus, die immers "alles" had beloofd voor het stoute stukje de 10.000 op de Europese wal te zetten en dat was wonder boven wonder toch maar mooi gelukt!

Maar Pharnabasus wist van de aflossing van Anaxibius en Cleander en stelde niet hen in persoon een aanbod te hebben gedaan maar Byzantium. Anaxibius greep Xenophon bij de keel en legde hem vriendelijk uit dat die nu toch even snel de 10.000 op moest halen voor een intimidatie-oefening vergezeld van een korte instructie aan de satraap in duidelijk Persisch, en werd op een oorlogsschip naar Byzantium gezet.

Weer bij de 10.000 is Xenophon meteen weer welkom want niemand weet hoe het verder moet. Ze zijn moeizaam met geslepen messen en lege magen met Aristarchus aan het onderhandelen. Xenophon doet daar niet aan mee want men wil hem daar dood. Seuthes is ook weer belangstellend. Xenophon laat de 10.000 de onderhandelingen afbreken om eerst wat aan de honger te doen: men gaat op uitnodiging "provianderen" in goedgevulde dorpjes van vazallen van de vigerende Thracische koning, die Seuthes van zijn troon wil stoten. Al etende praten we verder.

Neon en Aristarchus (vraag me niet waarom) doen hun best de boel te frustreren, maar er komt een deal met Seuthes.

In de Seuthes campagne doen de 10.000 het te goed. Er komen teveel Thraciërs bij in diens kamp, de Grieken worden minder belangrijk, de soldij raakt achterstallig.

De goden komen te hulp: de Spartanen moeten weer tegen Tissaphernes vechten en komen de 10.000 ophalen. Met transportschepen! Intussen is woede en wantrouwen onder de soldaten over de wanbetaling van Seuthes zo groot dat iemand in een plenaire vergadering al voorstelt Xenophon dood te stenigen.

En Xenophon zou Xenophon niet zijn als hij nu niet aan een mooie toespraak begon. De langste tot nu toe. Kortheidshalve sla ik hem over want intussen fluistert de slimme Eurylochus van  Lusia tegen de Spartanen: "Zie eens dat die Seuthes betaalt, dan kunnen we weg". En de Spartanen wisten hoe dat moest, zelf al was Seuthes blut en moest hij in koeien betalen.

Nou, zei Xenophon, dan ga ik maar ee ... ", maar hij moest, vonden de 10.000, ze wel eerst nog even bij hun toekomstige Spartaanse bevelhebber afzetten. Vraag me niet hoe hij dat naar hun idee had moeten doen ware hij doodgestenigd.

Bij Lampsacus, lijkt het, het is niet helemaal helder, is de overdracht. Daar ontmoet hij zijn vriend Eucleides die hem feliciteert met zijn veilige terugkeer, en hem vraagt wat hij er aan heeft overgehouden, en Xenophon moet bekennen "op mijn woord, nauwelijks genoeg om mee thuis te komen, ik moet mijn paard verkopen, en wat ik verder nog op zak heb". Het leest alsof hij dat op de een of andere manier als positief zag voor zijn saldo. Zijn saldo als held, zal ik maar zeggen.

De 10.000 gingen onder bevel van de Spartanen dood en verderf zaaien in de gebieden van de Artaxerxes' satraap Tissaphernes, zodat die uitgebreid de gelegenheid kreeg om, na een volle en gesloten ronde van 7000 kilometer, nogmaals wijlen prins Cyrus te vervloeken.