Thucydides: the enemy of your enemy is your friend 2014 version

Lingeblog Home
Previous
Next
PHiLES home

Crtd 14-11-20 Lastedit 16-01-20
download pdf

Thucydides
Opkomst en ondergang van de Atheense macht

Dit is een samenvatting van de Historie van de Peloponnesische Oorlog van Thucydides, geschreven rond -400

De Peloponnesche oorlog duurde 28 jaar, van -431 tot -404, en was een strijd tussen voornamelijk Griekse stammen onderling. Sinds het begin van de Renaissance, zeven eeuwen geleden, bewonderen Westerse geleerden deze periode van Griekenland als het begin van de Westerse beschaving. Het is de periode van de filosofen Socrates en Plato, toneelschrijvers Sophocles en Aristophanes, politici als Pericles, de generaals Alcibiades, Xenophon en Thucydides, een verbannen Atheense generaal, schrijver van de geschiedenis van de Peloponnesische oorlog, het te bespreken boek. De meeste van deze Atheners kenden elkaar persoonlijk.

Toen de oorlog begon herinnerde de oude generatie der Grieken zich hoe zij samen hadden gevochten om zich te verdedigen tegen de Westelijke grenslegers van het enorme Perzische rijk. Die oorlog had de Grieken verenigd en ze genoodzaakt de oorlogstechnieken te verwerven om te overleven, vooral op zee. Afkijken van de Perzen die het van de Phoeniciers hadden of er zelfs gewoon Phoeniciers voor huurden.

Die technische verbetering van de oorlogsvoering op zee liet een onevenwichtigheid achter na het vertrek van de Perzen. Steden aan zee werden welvarender doordat ze meer over zeevaart geleerd hadden en daar beter van konden profiteren in handel en oorlog. In Athene nam het de grootste vlucht. Scheepsbouw en handel over zee creerden een stand van handelaars die opgewassen raakte tegen de rijke landbezitters, die ook in de stad woonden, en ze even later zelfs overvleugelden.

Zo groeide er een tegenstelling tussen de steden met zeehandel, gewoonlijk demokratieën, een recente uitvinding, niet erg afhankelijk van hun lokale landbouwproductie omdat ze van overzee konden kopen en importeren, en binnenlandse steden met een elite van grondbezitters, gewoonlijk oligarchieën, meer afhankelijk van hun eigen landbouwproduktie om de stad, zodat ze vooral een sterk landleger moesten hebben om hun oogsten te verdedigen. Het onderscheid was des te scherper omdat het sterk samenviel met een ethnisch onderscheid onder de Grieken: de Doriërs waren meest georienteerd op het land, de Ioniers meer op de kust en de eilanden en dus op de zee.

Ondanks deze splitsing was er een traditioneel gevoel van saamhorigheid. De meeste goden en heilige plaatsen werden als gezamelijk beschouwd, en aan de kalender van religieuze rituelen en spelen (waaronder de Olympische spelen) nam iedereen deel, of er nu onderlinge oorlog was of niet. Ze werden gehouden onder heilige wapenstilstand.

Grieken woonden in steden. Die moesten groot genoeg zijn om een aantal de burgers te herbergen genoeg om dat de stad te verdedigen. In die tijd kon je met een goede stadsmuur een leger buiten de deur houden dat vele keren groter was dan dat van de verdedigers - tot het eten op was natuurlijk.  Maar een stad moest ook weer niet te groot zijn: dan werd het landbouwgebied om de stad heen te groot en moest de oogst van te ver binnengesleept worden.

Een behoorlijke stad had zo'n 10000 volwassen mannen, waarvan en bijvoorbeeld 3000 vrije burgers waren, waarvan 200 rijken. De rest, in dit voorbeeld 7000, was slaaf. Slaven waren gewoonlijk mensen die bij een onvoorwaardelijke overgave in oorlog gevangen waren genomen (vaak werden dan de volwassen mannen gedood en de vrouwen en kinderen als slaven verkocht, ook als de verliezer Grieks was), en ook de kinderen van hen die dat was overkomen.

In oligarchieën hadden de rijken een systeem om in overleg te regeren, daar had elke stad weer andere tradities in. In demokratieën, een recente uitvinding, stemden de vrije burgers over belangrijke zaken in een algemene vergadering. In beide vormen werden wapens gewoonlijk alleen door vrije burgers gedragen, die het leger vormden, hoewel er uitzonderingen waren zoals de "Heloten", slavensoldaten van Sparta.

In beide typen van steden waren slaven, zo'n 70% van de bevolking, het privé eigendom van vrije burgers. Ze hadden geen politieke rechten. Vrouwen stonden totaal op de achtergrond. In het hele verhaal van Thucydides komen ze alleen voor wanneer ze na een overwinning en het doden van hun mannen als slaaf worden verkocht en op één salliant moment, wanneer de Griekse generaal Alcibiades een affaire heeft met de vrouw van koning Agis van Sparta - wat enige duidelijke gevolgen heeft op sommige momenten in de oorlog.

Nadat de Perzen zich hadden teruggetrokken uit Griekenland was Athene totaal verwoest. De Atheners hadden niet veel meer dan hun schepen en bewapening. Ze bouwden in minder dan geen tijd hun stad weer op en zetten er weer een muur omheen. Vervolgens richtten ze een verbond van zeevarende steden op, de Delische bond, waar niet veel later het overgrote gedeelte van de steden aan de kusten en de eilanden van de Aegeische zee deel van waren. Athene ging de zee militair beveiligen tegen piraten en andere aanvallers om het transportrisico te verkleinen en kreëerde zo een snel groeiend zeehandelsgebied.

Zeesteden lagen van vroeger uit meestal niet direkt aan zee, maar er een paar kilometer vanaf op een versterkte hoogte, ter bescherming tegen aanvallen van zee. Toen de veiligheid en het zeehandelsverkeer toenam en de havens groter werden, ging men deze versterken en vaak met lange dubbele verdedigingsmuren met de oude stad verbinden. Zo ook in Athene, dat nu niet langer zuiver van land belegerd kon worden, en veel graan kon importeren van ver. Haar inwonertal werd daardoor niet meer beperkt door de grootte van de oogst van het direkt omliggende land. Athene werd zo'n 4 keer zo groot als een normale Griekse stad.

Veel Griekse steden namen uit zichzelf deel aan de Delische Bond en leverden schepen, soldaten en geld. Anderen deden het uit angst, en weer anderen wilden helemaal niet en werden gedwongen onderhorig. De Bond werd groter en Athene kreeg er steeds meer in te zeggen. De bijdragen werden steeds meer gezien als bijdragen aan leider Athene. Zo ging de eerste demokratie ter wereld diktatoriaal een rijk regeren met hun mede-Grieken als onderdanen. De verdragen met de leden oogden amicaal en demokratisch. Athene beheerste de Aegaeische zee en de kusten tot ver in de Zwarte zee.

Griekse steden, niet alleen die van de Delische Bond, ook Corinthe, Thebe, Sparta, Argos en anderen, hadden kolonie-steden aan de kusten van de hele Middellandse en Zwarte Zee (Marseille werd bijvoorbeeld gesticht door Aeoliers uit Phocea). De verre kolonies hadden buiten hun handel met de Delische Bond weinig van doen, maar dichterbij, waar Athene nog geen "vrienden" was, dreigde dit, tot bezorgdheid van anderen onder het leiderschap van Sparta, dat zich kwa inwonertal inmiddels drie keer zo klein kon rekenen als Athene.

Het normale patroon was dus dat Ionische steden demokratisch waren en op zee gericht, en Dorische steden waren niet zeegericht, werden gedomineerd door landbezitters en hadden over het algemeen een oligarchische staatsvorm.  Maar dan de uitzonderingen: Korinthe was Dorisch, traditioneel oligarchisch, anti-Athene, vaak feller dan Sparta, maar zeevarend. En er werden ook spelletjes gespeeld met de labels: een democratische beweging op Samos, bijvoorbeeld, vond zichzelf opnieuw uit als oligarchisch toen dat ineens beter uit leek te komen [details]. En in het vuur van de oorlog werden de Atheners soms aangesproken als "Ioniers".

De snelle opkomst van Athene dwong de andere Griekse steden, vrezend voor hun vrijheid, zich te verenigen, en dat is waar Thucydides zijn geschiedenis seizoen voor seizoen gaat vertellen.


... Het bord bij de aanvang van de oorlog. Alleen de voornaamste steden zijn aangegeven ...
... De Spartaanse generaal Brasidas haastte zich naar de Noordkust van de Aegeische zee  om daar medestanders te zoeken ...

Voor het begin van de oorlog had het Dorische Epidamnus [kaart] de rijken ("adel") verjaagd in een demokratische coup. Het naburige Dorische Corcyra wilde orde op zaken stellen. De gloednieuwe demokratie vroeg het oligarchische Corinthe op hulp en ... kreeg het! Wat Corinthe betreft was dat geinspireerd door de rivaliteit met Corcyra op zee. Corcyra, furieus, vroeg hulp aan Athene en kreeg dit vanwege de Atheense vijandschap met Corinthe en omdat Corcyra, altijd neutraal geweest, maar met na Athene de grootste vloot van alle Griekse steden, een nuttig partner kon zijn. Atheense schepen namen in de zeeslag bij Sybota tussen Corcyra en Corinthe een afwachtende houding aan, maar toen duidelijk werd dat Corcyra aan het verliezen was grepen ze in en hielpen Corinthe te verslaan.

Dit waren wel heel wilde kruisallianties: Athene helpt Corcya een demokratische opstand neer te slaan, die wordt gesteund door oligarchisch Korinthe! Athene wilde Corcyra aan zich binden en moet gedacht hebben: waar gehakt wordt vallen spaanders. Maar het einde van de neutraliteit van Corcyra verspreidde de vrees en de hitte voor de Peloponnesiche oorlog: een paar dagen later arriveerden Corinthische gezanten in tal van steden, waaronder natuurlijk Sparta.


... open in een apart window ...

Jaar 1 van de oorlog (-431). We beginnen er natuurlijk mee elkaars oogsten te verbranden. Voor Athene is de schade gering vanwege haar mogelijkheid over zee te importeren, voor Sparta omdat de Atheners niet verder komen dan de kustgebieden van Sparta. Overal in de Spartaanse alliantie beseft men dat scheepsbouw en beheersing van de zeevaart bevorderd moeten worden wil men ooit een partij worden voor Athene, wat voorlopig, iedereen weet het, niet het geval is.

De Atheense alliantie zou dan ook voorlopig weinig zorgen hebben gehad als er niet een verwoestende pestepidemie in Athene was uitgebroken, en een paar jaar later nog een. Daaraan stierf een substantieel deel van de bevolking. 50% moet er niet ver af zijn (dat zouden er, vrouwen kinderen en slaven meegerekend zo'n 100.000 zijn). Rottende lijken onbegraven op de straten. Voor de tweede epidemie noemt Thucydides de exacte schade aan het landleger: 4400 zware infanterie en 300 kavalerie. Maar zelfs in zulke omstandigheden hielden muren een stad kennelijk verdedigbaar (hoewel in de Peloponnesische alliante natuurlijk ook angst voor de ziekte kan hebben bestaan).

De pest deed de balans in de oorlog niet omslaan. In het zevende jaar van de oorlog hadden de Atheners en hun Delische Bond, ondanks wat tegenslag hier en daar, nog steeds het initiatief. Als toevallige nevenactiviteit van een andere operatie gebruikt de Atheense generaal Demosthenes een gedwongen slecht weer verblijf van zijn vloot bij Pylos (pal West van Sparta en toen onbewoond), omdat hij zag hoe geschikt het ervoor was, om er een versterkte haven te bouwen. Prompt verschijnt een Spartaans leger. Een deel daarvan bezet het 5 km lange eiland dat de haven beschermt van zee. Het lukt Demosthenes de bezetters te isoleren. Na een lange belegering van het eiland gebeurt iets unieks: de overgebleven 120 Spartanen, ongetwijfeld uit de meest invloedrijke families van Sparta, vechten zich niet dood maar geven zich over en worden meegenomen naar Athene.

De ramp van Pylos verandert de Spartaanse oorlogsstrategie tot het verwerven van een positie vanwaaruit over teruggave van de krijgsgevangenen kan worden onderhandeld. En die is er nog lang niet. Als de Atheners een jaar later Cythera veroveren, een vrij groot eiland dat de baai van Sparta beheerst, bieden de Spartanen geen tegenstand.

De Spartaanse generaal Brasidas trekt, na eerst te hebben deelgenomen aan operaties in en rond Attica mede op uitnodiging van de Macedonische koning Perdiccas naar het Noorden, waar alle kuststeden lid zijn van de Delische Bond maar velen niet van harte en waarschijnlijk tot rebellie te bewegen. Dat doet hij op Peloponnesische wijze: marcheren. Ze moeten door Thessalie, waar sympathie is met Athene. Dat leidt tot wat geharrewar maar hij komt er door en bereikt Perdiccas, met wie het niet botert, waardoor hij geld en steun misloopt maar wel snel door kan gaan om de kuststeden van Chalcidice te "bevrijden".

Eenmaal in Chalcidice werft Brasidas geallieeerden door "niet slecht te spreken voor een Spartaan", geeft onze verbannen voormalige Atheense generaal Thucydes, op dat moment nog onder contract en daar in de buurt, toe. Ondanks de komst van een Atheense vloot met infanterie "bevrijdt" Brasidas, pratende en vechtende een leuk aantal Chalcidische steden en richt de zee-technische vaardigheden die hij in deze steden aantreft tegen Athene, bouwt schepen, bemant ze, alles zonder veel steun uit Sparta.

Oorlogsmoeheid bij alle partijen leidt tot onderhandelingen. Brasidas sneuvelt, maar laat een aardig aantal pro-Peloponnesische steden na in Chalcidice. In het tiende jaar van de oorlog sluiten partijen een 30 jarige wapenstilstand "van Nicias", de Atheense generaal die er een belangrijke architect van is. Athene en haar geallieerden laten alle Spartaanse krijgsgevangenen vrij, ook die van Pylos.

Het bestand zal maar 7 jaar houden vooral door ontevredenheid van de geallieerden van Sparta. Een behoorlijk aantal, waaronder Korinthe en Argos, onderschreven het niet eens. Men voelde zich door een zwak Sparta in de steek gelaten. Op dit moment van de oorlog leek Sparta, ondanks de glorie van Brasidas in het verre Noorden, op zijn retour.

Onder wapenstilstand herstelde Athene met verbazende snelheid van de oorlogsuitgaven, door haar overzeese handel en de macht om schattingen op te leggen aan geallieerde en onderhorige steden. Zelfs de verwoestende pest-epidemieen kwam men te boven, met een sterk herstel van het bevolkingsaantal. Overal in de stad jeugd.

De omvang van de nieuwe echelons van enthousiaste jonge vrije burgers, en de onmogelijkheid om intern iets te doen met de resultaten van de enorme welvaart - een maag heeft zijn beperkingen en weinig pilaren van Athene konden nog  dikker onder het goud - deden de jonge Alcibiades en anderen dromen van een expeditie naar Sicilie, om vandaar wellicht zelfs Carthago (toen een beroemde en grote Phoenicische stad in het huidige Tunesie) het vuur aan de schenen te leggen.

Je kunt tenslotte niet allemaal filosoof, kunstenaar, dichter of toneelschrijver kunt worden; al die minder door de Muze gezegende zonen van de vrije Atheners hadden niets te doen behalve sport, militaire training en sex. Homosex tussen getrouwde volwassen mannen en minderjarige jongens, een algemene gewoonte in de Antieke wereld. Wie er niet aan meedeed gold als vreemd. Het werk werd door slaven gedaan. En de gedroomde expeditie zou het wapenstilstandsverdrag niet schenden. Thucydides stelt dat de Atheners niet eens wisten hoe groot Sicilie was, ze onderschatten het. Onder het demokratisch gebulder van de jonge Alcibiades stemde men in het zeventiende jaar van de oorlog juichend voor de expeditie, tot bezorgdheid van ervaren generaals als Nicias.

Athene en haar Delische Bond trokken met een vloot van 134 schepen en 7150 man op naar Sicilie. Alcibiades was opgetogen: hij was tot generaal benoemd. De andere generaals vonden de operatie nog steeds onverstandig maar gehoorzaamden hun regering. In Sicilie wilde men de berichten eerst gewoon niet geloven.

Maar Alcibiades werd teruggeroepen. Omdat hij verwachtte in een showproces ter dood te worden veroordeeld vluchtte hij naar Sparta, waar hij adviseur werd van de Spartaanse alliantie. Nu had hij ineens wél verstandige adviezen, maar werd niet overal vertrouwd. Zijn affaire met de vrouw van koning Agis deed daar ook al geen goed aan.

De Siciliaanse expeditie, nu onder leiding van generaals die er tegen waren geweest, werd bepaald niet juichend binnengehaald. Onderweg in Italie meldden zich al geen liefhebbers voor een alliantie, en provisie konden ze slechts krijgen als ze goed betaalden en buiten de gesloten stadspoorten.

Eenmaal op Sicilie viel het helemaal tegen. De stad die ze geworven had bleek kleiner dan ze hadden gezegd en het beloofde geld was er ook op geen stukken na. Er was alom moed om tegen de aanvallers te keer te gaan, en men leerde snel van de schermutselingen te land en ter zee tegen de Atheners. Het werd een beleg van Syracuse. Maar een volledige isolatie van de stad mislukte. Partijen bleven tegen elkaar opgewassen. De sympathie en hulp uit de buurt was voor Syracuse. Ook een Spartaans bataljon met deskundige leiding kwam ze meehelpen. Levensstandaard en moraal zakten in het Atheense leger. Desertie. Een jaar later moesten er opnieuw 73 schepen met 5000 man en een ontzettende smak geld van Athene naar Syracuse om de zaak te redden. Maar de andere kant kreeg ook meer hulp, die de Sicilianen niet alleen aan meer mankracht en hardware maar vooral ook aan expertise hielp. Ze leerden pijlsnel.

De dubbele Siciliaanse expeditie eindigde met de volledige vernietiging van alles wat Athene gestuurd had. Hier is een stevige inconsistentie in de cijfers van Thucydides. Wanneer nog een laatste uitbraakpoging met de resterende schepen uit de Syracusische scheepsblokkade niet meer kansrijk wordt geoordeeld vluchten ze over land met "40.000" man. Maar tel je op wat Thucydides als aankomend rapporteert dan kom je op 12.150. Het zou kunnen zijn dat hij toen de roeiers en de slaven niet meetelde en dat er veel geallieerden bij waren gekomen, maar dat is nog niet genoeg om het verschil te verklaren.

Na een paar dagen op de vlucht geeft de achterhoede onder Demosthenes zich over onder de enige conditie dat hun leven wordt gespaard. Onder de rest onder Nicias begint een slachting bij een rivier-oversteek. Maar de meesten ontsnappen en duiken onder, op het hele eiland. De gevangenen worden een afgraving ingejaagd. Na 70 dagen worden de niet-Atheners als slaven verkocht. De Atheners worden geacht als krijgsgevangenen meer op te brengen.

Enkele ontsnapte Atheners bereiken Athene en ontmoeten daar eerst volledig ongeloof met hun verhaal.

Nu gaven weinigen het Atheense imperium nog meer dan een jaar. Dat veroorzaakte wat overhaaste rebellie, het eerste gelukje voor de Atheners. Ze zouden uiteindelijk alles verliezen maar dat zou nog 9 jaar duren en was zeker niet onvermijdelijk geworden door de ramp op Sicilie.

Het brandpunt van de oorlog verplaatste zich nu naar het Oosten van de Aegeische zee waar Milete  [kaart], een onwillig Ionisch lid van de Delische Bond, vroeger Perzisch, het doelwit werd van de Peloponnesche alliantie, die voor die operatie werd betaald door de Perzische satraap Tissaphernes. De Peloponnesiers worden binnengelaten en de Atheners, net te laat, slaan beleg. Enkele grote eilanden daar aan de kust (Chios en Lesbos) rebelleerden ook tegen Athene, dat Samos koos als het hoofdkwartier voor de vloot. Daar hadden de rijken een oligarchie ingesteld, maar die verloor het snel tegen de Atheense vloot. Athene had bijna geen geld meer na Sicilie, maar toog fanatiek aan de scheepsbouw en wapenproduktie. Met de nieuwe schepen kwam ook weer geld binnen. We horen van Thucydides weinig van de landoorlog op Attica, als dat betekent dat ze daar met rust werden gelaten was dat onverstandig. Het voortbestaan van Athene kwam snel buiten gevaar.

Thucydides eindigt zijn geschiedenis aan het einde van het 21ste jaar van de oorlog (-411), zeven jaar voor de stad Athene zich overgeeft aan Sparta. In die zeven jaar zakte Athene niet geleidelijk weg, integendeel. In het voorjaar van het 25ste jaar (-407), wordt Alcibiades teruggehaald naar Athene en schittert twee jaar lang als generaal van de Atheense vloot in een aantal grote zeeslagen die de Peloponnesiers tot totale wanhoop brengen. Maar dan verliest hij er een en zijn doodsvijanden in Athene grijpen hun kans om hem zwart te maken in het geschreeuw van de hectische, emotionele en ongeinformeerde volksvergaderingen. Alcibiades en enkele andere kundige genereaals worden ontslagen, hetgeen volgens velen het leger tot de fouten inspireerde die tot de val van Athene zouden leiden.

Vijf jaar na die val zou de oude Socrates worden veroordeeld tot een keus tussen verbanning en de gifbeker vanwege het "bederven van de jeugd", waarmee de aanklager vooral bedoelde: Alcibiades, zijn sexvriendje toen die nog minderjarig was.

Van vele gegevens uit de geschiedenis van Thucydides zullen we nooit weten hoe betrouwbaar ze zijn, maar de varieteit ervan en de wijze waarop hij op zowel fouten als goed bedachte acties bij alle partijen wijst, en ook aan beide kanten mensen moreel positief en negatief beoordeelt maken het moeilijk te geloven dat hij veel verzonnen heeft of te lichtvaardig geloofd.

Een samenvatting als dit is niet goed genoeg. Je moet het boek lezen, want het zit vol observaties die het makkelijk zouden kunnen brengen tot theoretisch stokpaardje waarop een moderne op scoren beluste academicus naar zijn leerstoel zou kunnen galopperen. Bovendien geven vele terzijdes een lezer van vandaag onverwachte kijkjes in de klassieke wereld, die vaak het begrip van het leven toen grondig verbeteren. Ik heb al een paar besproken, laat ik nog een paar nemen.

Oorlog vereist inzicht

Het is lastig de juist grootte van een leger te plannen. Het is niet hoe groter hoe beter, want legers moeten iedere dag eten. Grote legers moeten zich sneller verplaatsen omdat ze de lokaal beschikbare voedselvoorraad sneller opmaken.

In die tijd kon een stad met behulp van goede muren en voedselvoorraden een leger heel lang buiten houden. De belegeraars kunnen net zo min weg als de belegerden. Een beleggend leger moet dus klein genoeg zijn om lang van de omgeving te kunnen blijven eten, namelijk tot het eten in de stad op is en men zich moet overgeven.  

Een goed methode van uithongerend beleg is daarom een dubbele belegeringswal om de stad waarvan de binnenmuur zonder veel manschappen uitbraken uit de stad keert, en de buitenmuur het beleggend leger tegen aanvallen ter ontzetting beschermt. De bemanning kan klein zijn en heeft dus weinig voedsel nodig.

Ook steden aan zee konden in het begin zo belegerd worden want voor de veiligheid lagen die meestal van oudsher een paar kilometer landinwaarts op een hoge plaats als bescherming tegen aanvallen van zee. Toen de dubbele belegeringswal in zwang kwam versterkten veel zeesteden hun haven en bouwden dubbele lange muren tussen haven en stad. Daardoor werd naast een belegeringswal een havenblokkade noodzakelijk om een stad uit te hongeren. Daarvoor waren de kosten en het risico vaak te hoog. 

Er was een sensationeel belegeringsmoment tijdens de belegering door Athene van Syracuse op Sicilie. Het lukte de Syracusianen de afbouw van de Atheense belegeringswal naar de kust aan de Noordzijde te blokkeren met een dwarswal, na een offensief waarbij zij de stenen buitmaakten die de Atheners daar voor de bouw van hun eigen  wal hadden klaargelegd. Het isoleren van Syracuse aan de landzijde werd daardoor onmogelijk.

Om met een echt groot leger te werken, dat was in die tijd 100.000 man, moest je een groot legerleider zijn. Alleen het trekken al. Als je Xenophon mag geloven, die het overigens normaal lijkt te vinden, verwoest het leger van Cyrus, een tijdje na het eind van het Atheense imperium, in zijn eigen Perzië op weg zijn broer af te zetten als koning, onderweg alles op zijn pad. Zo moet het dus niet. Bovendien verliest hij dan nog de slag bij Babylon en sneuvelt.

Nog een paar jaar later doet Alexander de Grote het beter: hij houdt de snelheid van zijn veroveringen hoog genoeg om het grote leger niet overal alles op te laten eten. Zo liet hij gemeenschappen achter die nog voorraden hadden voor de winter en een infrastructuur die te regeren was, rijksdelen, geen onbewoonde boerderijen zoals Cyrus, wiens leger de overlevenden op zijn pad meenam als sexslaaf, bediende of soldaat.

Een stad regeren

Binnen steden heeft natuurlijk ook iedereen met iedereen ruzie. Er vormen zich groepjes tegen elkaar, de groepjes zoeken versterking van andere groepjes, partijen onstaan, en, is er genoeg stof voor meningsverschil dan ontstaan er uiteindelijk twee partijen, die ieder de flink verschillende belangen van hun inmiddels vrije heterogene achterban verdedigen. De vijand van uw vijand is uw vriend.

Vaak ligt de scheidingslijn tussen de partijen op een wat toevallige plaats, door een samenloop van gebeurtenissen in het verleden. Maar ook vaak steunt de ene partij meer op de rijkdom van zijn leden en de andere meer op een goede hoeveelheid aanhangers. In het tweede geval wordt een verwantschap met de Ionische demokratieen gevoeld, in het eerst meer met de Dorische oligarchieen. Zo hadden beide kanten in de oorlog in vele steden een spontaan met hen sympathiserende partij, en zo niet, dan kon daar wel iets aan gedaan worden.

Binnen de steden besteedde men veel energie aan rechtzaken, verbanningen en het vermoorden van leden van de tegenpartij. Regelmatig werden de poorten van belegerde steden met list geopend door de zwakste van de twee partijen in de stad, in de hoop er op vooruit te gaan. Daarbij kon de tegenstelling oligarchisch-demokratisch onduidelijk zijn en zelfs een kwestie van affichering worden.

Het meest amusante verhaal van Thucydides is dat van een "demokratische" rebellie op Samos, gesteund door de Atheense vloot die er zijn hoofdkwartier aan het inrichten is. Vervolgens hoort de demokratiche rebellenpartij van het rumoer dat in Athene leidt tot een "oligarchie van 400". Bovendien afficheert Alcibiades, in Perzië maar in contact met de vloot, zich als oligarchisch want hij denkt zo terug te mogen naar Athene. De Samiotische rebellie besluit de vlag te wisselen, noemt zichzelf nu een oligarchische rebellie en valt het volk aan!

Nadat de rebellerende ring zich zo aan een nieuw imago heeft geholpen, ontdekt Alcibiades dat die nieuwe oligarchen in Athenen zijn mensen niet zijn en vindt zichzelf opnieuw uit als "demokraat". Bovendien krijgt de oligarchische revolutie thuis op de Atheens vloot op Samos geen poot aan de grond. De echte Samiotische oligarchen (de rijken) proberen de macht te grijpen met hun iets te flexibele nep-oligarchen en worden verslagen door de Atheense vloot. Thucydides: [de Samioten] "leefden voortaan tesamen onder een demokratische regering".

Technische ontwikkelingen veranderen de voor- en nadelen in oorlog op lange termijn en niemand kan voorspellen hoe

Zodra een oorlog langer duurt dan een paar jaar is over de waarschijnlijke afloop niets meer te zeggen. Thucidides rapporteert toespraken waarin dat ook met zoveel woorden werd gezegd. De Doriers begonnen dan ook uit wanhoop en de Atheners en hun Delische Bond moesten toen wel.

De onvoorspelbaarheid zit hem vooral in het leerproces. De Syracusianen, niet goed op de hoogte van de laatste snufjes in de oorlogsvoering, leerden van elke schermutseling met de Atheners te land en ter zee, er kwamen Spartaanse generaals helpen, en aan het eind van de oorlog werd hun marine gezien als een van de beste in de Griekse wereld.

Het vooruitzicht alle mannen van je stad vermoord te zien worden en de rest als slaven verkocht stimuleerde de inventiviteit dramatisch. Thucidides beschrijft een groot aantal nieuwe oorlogstechnieken en uitvindingen: Corinthe versterkte de boegen van de schepen tot ze frontaal konden rammen. Voordien moest men wachten tot een tegenstander van de zijkant te raken was. Even later had Athene het natuurlijk ook, maar was daarin volger in plaats van leider.

Syracuse sloeg voor de te verdedigen landingsplekken puntige hardhouten palen in het water, net onder het oppervlak. Een interessante duikersoorlog was het resultaat. Thucydides beschrijft ook nieuwe apparaten die een stadmuur in de brand konden steken.

De ambachtslieden waren meest slaven, die met hun pool van kennis en kunde dus van strategisch belang waren. Menige zoon van een heer had een slaaf als privéleraar.

Lingeblog Home
Previous
Next
PHiLES home
Bert Tells What He Reads
English version