Lingeblog Home
Previous
Next
English
Crt 170122 Lastedit 17-05-03

Alexandre Olivier Exquemelin, slaaf, piraat, dokter


In 1666 voer Exquemelin als matroos van de Franse Westindische Compagnie mee uit op een schip van Havre met bestemming Tortuga (Caraïbische zee). Het eiland wordt bezet, het heeft iets van een verovering, op de Spanjaarden. Wie op het schip op dat idee kwam, het zal de kapitein wel zijn geweest, maar eenmaal buiten de vertrekhaven ontstaan op zo'n schip bepaalde verhoudingen die de meesten van te voren niet zouden zien aankomen. Na enige tijd echter lijkt het been van de Compagnie zich toch weer tot Tortuga uit te strekken en vestigt ze er een heus gouvernement met instructies en al. Dat gouvernement gaat handel drijven, maar vooral met eigen mensen en op krediet. Toen het op betalen aankwam was er niemand meer te bekennen, schrijft Exquemelin. De Compagnie koos eieren voor zijn geld en beval totale liquidatie, maar wel met boter bij de vis. Wie bedacht heeft dat Exquemelin bij de inventaris van de Compagnie hoorde blijft onduidelijk maar hij werd aan de ondergouverneur verkocht voor twintig of dertig peseta's die deze privé nog ergens bleek te hebben liggen. En zo werd een Fransman de slaaf van een andere Fransman, waarbij, is de suggestie, de opbrengst ten bate kwam van de Westindische Compagnie.

Exquemelin beklaagt noch vermaakt zich over deze gang van zaken. Hij beperkt zich tot zijn lotgevallen, wat ons dankbaar stemt want dat scheelt nutteloos leeswerk. Hij wordt zo slecht behandeld dat hij zijn gezondheid verliest.

Shit happens.

Maar er dient zich een meevaller aan: hij dreigt te sterven, een tegenvaller voor zijn eigenaar, die hem snel met verlies verkoopt aan een dokter die er op grond van zijn medische expertise nog wel iets in ziet.

En niet alleen lukt het de dokter nog iets levends en bruikbaars aan Esquemelin over te houden: hij wordt beter behandeld en tenslotte aan zichzelf terugverkocht. Weliswaar voor een mooie winst, maar op krediet. Voor verdiensten zoekt Exquemelin de piraten op, hij heeft genoeg van zijn laatste eigenaar geleerd om zich als "wondheler" voor te doen. Min of meer suggereert hij dat hij inderdaad zijn vrijkoopsom later is gaan betalen.

Wat er allemaal van waar is zullen we natuurlijk nooit weten.

Horen wij niets van God? Jazeker, maar pas als we tegen het midden van het boek zijn, een (blanke) arbeider grondig wordt doodgemarteld door zijn baas, en diens laatste woorden zijn: "Moge bij jouw dood God jou zo laten lijden als jij mij bij de mijne". Dit lijkt een verzoek waar Onze Lieve Heer in de beschreven contreien nauwelijks voor in actie hoeft te komen, maar dat doet hij toch, rapporteert Exquemelin: "Hij zond hem een kwade geest die hem sindsdien teistert".

En zo kwam alles toch weer goed.

Op zee onstaat op een schip een orde, een moraal en een gezagsverhouding die door de zee wordt bepaald. Wat de heren financiers en bewindhebbers daar thuis van vinden is van weinig belang. Wat doe je aan boord? Waar ben je voor nodig? Wie kan je gebruiken? Daar gaat het om. Wat dient men op zee te vrezen? Zonder stormen, rovers en vijanden te verontachtzamen denkt toch iedere wakkere zeeman daarbij in de eerste plaats aan zijn naaste. Maar daar ook liggen de gouden kansen. Een jeugdig nieuwkomertje wiens verstand voldoende boven de maat is om de dommekrachten om hem heen naar hun eigen tevredenheid te raad te staan heeft binnen de kortste keren de kapitein overboord en met volle zakken de leiding.

Hoe gedraagt zich het schip door dit alles als geheel? Welnu, met ijzeren logica: ontwaart het kraaiennest een sterker schip dan zeilt men er haastig van weg om beroving te voorkomen. Betreft het een zwakker schip dan zet men alle zeilen bij om het in te halen en te beroven. Landgenoten en geallieerden kunnen zich soms verheugen op een coulante behandeling in de vorm van een verzoek tot donatie (weigert men dat dan wordt het natuurlijk erger). Dan is er tenslotte zo nu en dan de situatie dat geen van beide partijen zich duidelijk militair superieur voelt. In dat geval gaan op beide schepen de vlaggen even op en neer en worden delegaties overgeroeid ter onderhandeling over te ruilen lading.

Het begrip "handel", waar het gaat over overzeese handel, wordt in die tijd erg ruim gezien en behelst velerlei creatieve en gewelddadige vormen van bezitsverwerving als daar zijn roof, chantage en oorlog. "Handel" in de moderne enge zin (onderhandelen over de ruil van goederen op vrijwillige basis) staat zeer laag aangeschreven. Het is een soort uiterste middel bij het ontbreken van gunstiger opties.

Over de piratencultuur hebben we het nog niet gehad. Dit was de cultuur op de intercontinentale zeevaart in het algemeen. Waarin onderscheidt zich de piraat? Een veelvoorkomend misverstand wordt gewekt door het onderscheid tussen schepen die uitgezonden worden door burgers van landen, en schepen die onder commando staan van personen die zich buiten de wet hebben gesteld. Maar dat onderscheid is in de praktijk niet bruikbaar. Je hebt piraten die loyaal zijn aan een land of koning. Het was een bij landsbesturen en koningen wijd verspreide gewoonte "piratenbrieven" uit te schrijven, waarmee de piraat werd gelicentiëerd vijanden van de uitschrijver aan te vallen en te beroven. Daartoe waren officiële vlaggen ontworpen die door licentiehouders konden worden gevoerd, met name bij de ontmoeting van marineschepen van de licentiërende autoriteit, waarmee een vuurgevecht kon worden vermeden. Zo kon ook bijvoorbeeld een Fransman, die thuis ruzie had, onder de licentie van Engeland Franse schepen beroven. Deze gelicentiëerde rovers beschouwden zich als moreel hoogstaander dan gewone piraten en noemden zich "privateers".

Denk trouwens niet dat het er wat dat betreft op het vasteland zo anders aan toe ging. Ging een koning ten oorlog, dan bestond zijn leger voor een groot deel uit huurlingen. Dezen werden niet individueel gehuurd maar in grotere eenheden die getraind waren door commandanten die hun diensten als commerciele onderneming aanboden. Meestal waren het vreemdelingen. Zwitsers waren bijvoorbeeld bij alle Europese legerleiders erg gewild. Werd een leger uit elkaar geslagen dan gingen losgeslagen groepen van dergelijke huurlingen vaak tot een leven van berovingen over, tot bijvoorbeeld een lokale generaal hen ter voorbereiding van een nieuwe oorlog weer bij elkaar veegde.

Maar! Als Exquemelin beschrijft hoe in een daarvoor geschikte haven een schip wordt klaargemaakt voor piraterij, en mensen en goederen zich in de operatie voegen door overleg en afspraak, ja, dan ruikt men de echte onvervalste piratengeur wel degelijk. Daar worden de ijzeren wetten van de zeecultuur niet pas van kracht als men van wal gestoken is, maar zijn de kiem zelf van de operatie. In officiële zeehavens worden matrozen en soldaten gehuurd door een werkgever. Pas als op zee de doden gaan vallen vervaagt het onderscheid tussen deze rangen. Maar bij de piraten bestaat helemaal geen onderscheid tussen soldaat en matroos. Iedereen is beide, en men arriveert gewapend en voorzien van eigen munitie aan de onderhandelingstafel.

En het kontrakt met de matroos-soldaat-piraat betreft ook geen loon maar een aandeel in de buit. Je hebt een er paar die op loon deelnemen, bijvoorbeeld de timmerman en de dokter. De buit wordt verdeeld na aftrek van de compensatie voor verloren lichaamsdelen, ledematen, ogen, voor alles staat een tarief. De rest wordt verdeeld. Niet iedereen krijgt eenzelfde percentage. De eigenaar van het schip, of hij nu zelf de kapitein is of niet, deelt mee. Een uitgebreid ritueel dient list en bedrog bij de verdeling te voorkomen. Gelukkig zijn wij allen Christenen zodat wij over onze afspraken een eed op de bijbel kunnen afleggen. Verfrissend in die kringen is de broederlijke gelijkwaardigheid van de verschillende Christelijke denominaties. Wie desondanks wordt bestraft is zijn leven niet zeker en weet hij het te bewaren dan komt hij op de zwarte lijst en mag nergens meer meedoen. Op de zwarte lijst van de zwarte lijst. Dieper kan het toch niet? Op aarde dan.

Zoals gebruikelijk in die tijd, en wel onder alle blanke zeevarenden, niet slechts de piraten, heeft men bij afmonstering zijn met gevaar voor eigen leven gewonnen bezittingen slechts nodig om het havenpubliek te imponeren met spectaculaire verkwistingen, zodat het snel op is en men weer naar zee kan.

______

Waarin ik getracht heb zo weinig mogelijk te verraden van de kruidige en onderhoudende details waar deze leerzame kroniek vol mee staat. Waaronder de beschrijving van mens en dier, hun bereiding, methoden van roof, gevangenneming, marteling, doding, ontsnapping, de Boodschap en Goedheid van de Heer en dan noem ik nog maar het minste.